Dood is dood. Toch?

Mijn zoon en ik hebben vaak onze beste gesprekken onderweg in de auto. Als hij in zijn autostoel naar buiten aan het kijken is, en ik de andere auto’s op de weg probeer te ontwijken op zoek naar een geschikte parkeerplaats. “Weet je mam?” Dat is waar ongeveer al zijn zinnen mee beginnen om mijn aandacht te trekken. Zo ook vandaag. “Weet je mam? Opa Janssen hè? Die is toch dood?”. Ik kijk hem aan via de achteruitkijkspiegel. “Ja vent, dat klopt.” Antwoord ik. “Opa Janssen is inderdaad dood.” “Dood, hè mam, dat is toch wat er ook met die miertjes gebeurd als jij daar heet water op gooit omdat ze met zoveel zijn en onze keuken proberen in te lopen?” Ik schraap mijn keel wat. Om mijn Opa Janssen nou te vergelijken met de mieren in de keuken vind ik een brug te ver, maar in principe klopt zijn logica wel. “Nou schat, Opa Janssen die ging dood omdat hij al heel oud was. Hij werd 93 jaar, en zijn lijf was op.” Ik besluit om er een beetje om heen te kletsen, zoals ik wel vaker doe als ik er niet helemaal uit kom met die treffende kinderlogica van mijn zoon.

Het is even stil achterin en ik zing mee met “White Flag” van Dido.

“Weet je mam?” hervat zoonlief ons gesprek na een paar minuten. “Weet je? We zijn wel heel verdrietig hè? Dat Opa Janssen dood is. Dat hij er niet meer is om op visite te gaan. Want daar hielden wij zo van hè? Toch mama?” Hij kijkt me ernstig aan via de achteruitkijkspiegel. “Ja vent, daar zijn we nog altijd verdrietig over. We hielden daar inderdaad zo van. Van op visite gaan bij Opa Janssen.” Ik bedenk me ineens dat dit gesprek waarschijnlijk plaatsvindt omdat we vlak bij het oude huis van Opa Janssen zijn, en Vinnie de omgeving heeft herkend. Terwijl ik de auto met veel moeite achteruit een parkeerplek in probeer te steken, zonder andere auto’s of bomen te rammen licht Vinnie’s gezichtje op. “Stop eens mama? Stop eens nu. Ik heb wat bedacht.” Ik trap zachtjes op de rem. “Bedoel je nu Vin? Dat ik nu onmiddelijk moet stoppen? Of kan ik eerst even inparkeren?” Vraag ik met opgetrokken wenkbrauwen. Vinnie gebaard met zijn handje. “Nu mama, stop eens nu?” Verbaasd kijk ik hem aan. “Als we nou eens even daar heen rijden, daar om de hoek. Dan rijden we naar het huis van Opa Janssen. Dan gaan we er even naar kijken. En dan is hij weer even bij ons. Dan is hij even niet zo heel dood. Ja, goed?” Hij glundert, van zijn eigen ontdekking. Ik kijk hem aan, mijn grote zoon. “Goed Vin, dat doen we.” En ik trek weer op.

12 gedachtes over “Dood is dood. Toch?

  1. Leuk om te zien dat je Vinnie ook ‘vent’ noemt, dat doe ik ook met onze zoon. Aardig hoe die kinderlogica werkt, niet? Goed dat je er gehoor aan hebt gegeven.

    1. Vertel mij wat, ons ‘ventje’ wordt ook al een ‘meneer’ die ik over een paar uurtjes meeneem naar Delfzijl om de oefenwedstrijd FC Groningen-FC Emmen te gaan bekijken. Nogmaals (zoals ook via Twitter gemeld): graag gedaan. Ik hoop op nog veel meer positieve reacties op je blog.

  2. Aah wat lief…en herkenbaar.Mijn dochter vraagt ook onverwachts de grootste dingen.Wat had je zoon een mooie oplossing.Kinderen zijn er creatief in.

  3. Lieve Kimm, wat een prachtig verhaal. Geschreven alsof de lezer er zelf bij in de auto zit. Maar wat ik er vooral mooi aan vind is de aandacht die je aan je zoontje geeft en dat je naar hem luistert. Niet denkt: ‘nou, dat doen we wel een andere keer, hoor’ maar gelijk reageert. Geweldig vind ik dat. Ik geniet van de manier waarop jij met je kinderen omgaat, hoe jij ze opvoedt. Respect!

  4. Geweldige blog Kimm. To the point, alledaags, met humor, liefde, emotie en het zet je tot nadenken. Mooie dat zoonlief ons duidelijke maakt dat er soms belangrijkere zaken zijn dan dat waar we op dat moment ook maar mee bezig mogen zijn en daar dan ook invulling aan moeten geven. Deze blog raakt je hart.

  5. Echt een heel indrukwekkend en mooi verhaal kim! Groetjes van kevin en nick

Reacties zijn gesloten.